Klant login
Log in
Registreer
Het aanmaken van een account heeft vele voordelen:
- Bekijk bestelling en verzendstatus
- Bekijk bestelgeschiedenis
- Reken sneller af
Winkelwagen
Subtotaal winkelwagen
U heeft geen product(en) in uw winkelwagen.
Talen
Sotalol Sandoz Comp 60 X 80mg
Terugbetaalbaar
Als je recht hebt op een terugbetaling voor dit geneesmiddel, betaal je in de apotheek een verlaagde prijs en niet de prijs die op onze webshop vermeld staat.
Terugbetalingstarief
€ 2,00 (6% inclusief btw)
Verhoogde tegemoetkoming
€ 1,00 (6% inclusief btw)
Dit product moet worden goedgekeurd door de apotheker.
Belangrijke informatie
Voor dit geneesmiddel is een voorschrift nodig. Na beoordeling door de apotheker kan je het komen afhalen en betalen in de apotheek.
Maximum toegelaten hoeveelheid in winkelwagen bereikt
Op voorraad
Zoals met alle niet-selectieve bètablokkers dient de behandeling met sotalol met voorzichtigheid te worden ingesteld bij: - patiënten met perifere circulatoire insufficiëntie. - bejaarde patiënten en/of patiënten met hartinsufficiëntie. In geval van twijfel over de hartfunctie, is een voorafgaande digitalisatie aangewezen. Hartinsufficiëntie kan ook worden behandeld met diuretica. Net als andere bètablokkers wordt sotalol afgeraden na langdurig vasten of in geval van diabetische ketoacidose of metabole acidose, ongeacht de oorzaak. Diabetes mellitus (suikerziekte): Bij patiënten die lijden aan diabetes mellitus of een verleden hebben van spontane aanvallen van hypoglycemie, moet sotalol met voorzichtigheid worden gebruikt omdat het als bètablokker bepaalde belangrijke voortekenen van acute hypoglycemie kan maskeren (bv. tachycardie, tremor). Bètablokkers maskeren de symptomen van hyperlactacidemie, terwijl in deze gevallen, de respons op catecholamines reeds kleiner is. Anesthesie: Als een algemene anesthesie is voorzien, moet de behandeling met sotalol ten minste 48 uur vóór de anesthesie en zo mogelijk een week vroeger worden stopgezet. Deze onderbreking dient geleidelijk te gebeuren. De arts kan echter de behandeling met bètablokkers tijdens de chirurgische ingreep nuttig achten. Als algemene regel geldt dat een behandeling met sotalol nooit abrupt mag worden gestopt. In geval van een chirurgische ingreep is uiterste voorzichtigheid vereist, vooral als anaesthetica worden gebruikt die het myocard kunnen onderdrukken, zoals ether, chloroform of cyclopropaan. Syndroom van Wolff-Parkinson-White: In geval van atriumfibrillatie bij patiënten die lijden aan het syndroom van Wolff-Parkinson-White, wordt sotalol afgeraden omwille van het risico van een sterk verhoogd ventriculair hartritme. Thyreotoxicose: De inhibitie van de bètareceptoren kan bepaalde klinische tekens van hyperthyreoïdie (bv. tachycardie) maskeren. Patiënten bij wie de ontwikkeling van een thyreotoxicose wordt vermoed, moeten voorzichtig worden behandeld om een plotse opheffing van de inhibitie van de bètareceptoren te vermijden, aangezien dit zou kunnen leiden tot een verergering van de symptomen van hyperthyreoïdie, met inbegrip van een thyreotoxische crisis. Anafylaxie: Bij een behandeling met bètablokkers kunnen patiënten met antecedenten van anafylactische reacties op diverse allergenen, een ernstigere reactie vertonen in geval van herhaalde blootstelling. Dergelijke patiënten kunnen mogelijk niet reageren op de doorgaans gebruikelijke dosissen adrenaline voor de behandeling van allergische reacties. Syndroom van Raynaud: Bij patiënten met het syndroom van Raynaud kunnen de symptomen verergeren evenals bij personen met perifere vasculaire aandoeningen. Deze patienten moeten nauwlettend worden opgevolgd. Proaritmieën Zoals alle andere antiaritmica kan sotalol bij bepaalde patiënten ventriculaire aritmie veroorzaken. Ten gevolge van de werking van sotalol op de repolarisatie (verlenging van het QT-interval), werden bij 4% van de hoogrisicopatiënten, torsades de pointes d.w.z. een ventriculaire tachycardie met verlenging van het QT-interval samen met wisselende elektrische actiepotentialen vastgesteld. Het gevaar voor torsades de pointes stijgt naarmate het QT-interval verlengt en wordt versterkt in geval van bradycardie en van verlaagde kaliëmie. Bij patiënten met minder ernstige ventriculaire en supraventriculaire aritmie bedraagt de incidentie voor torsades de pointes 1%. De incidentie van torsades de pointes is dosisgebonden (zie onderstaande tabel): Dagelijkse dosis (mg) Incidentie van torsades de pointes QT-gemiddelde (msec) 80 0 (69) 463 (17) 160 0.5 (832) 467 (181) 320 1.6 (835) 473 (344) 480 4.4 (459) 483 (234) 640 4.6 (324) 490 (185)
640 5.8 (103) 512 (62) ( ) : aantal geëvalueerde patiënten Sotalol moet met voorzichtigheid gebruikt worden en een dosisverlaging of zelfs stopzetting van de behandeling moet overwogen worden indien het QT-interval de 500 msec overschrijdt. Proaritmie treedt meestal op binnen de 7 dagen na de instelling van de behandeling of na een dosisverhoging. 75% van de proaritmieën (torsades de pointes en verergering van ventriculaire tachycardie) treedt op binnen de 7 dagen na de instelling van de behandeling en 60% binnen de 3 dagen na de instelling van de behandeling of aanpassing van de dosering. Plots stopzetten van de behandeling: Een overgevoeligheid voor catecholaminen werd waargenomen bij patiënten die hun behandeling met bètablokkers hadden stopgezet. Zeldzame gevallen van opflakkering van angina pectoris, aritmie en myocardinfarct werden gemeld bij het plotse stopzetten van een behandeling met bètablokkers. Om die reden wordt aanbevolen bij het stopzetten van de behandeling met sotalol om de patiënten van nabij te volgen, vooral patiënten met een hartischemie. Een vermindering van de dosering moet over een periode van 1 tot 2 weken worden uitgevoerd. Bovendien kan het plotse stopzetten van de behandeling bij patiënten met aritmie een latente coronaire insufficiëntie aan het licht brengen. Hartdecompensatie: De blokkering van de bètareceptoren kan een daling van de contractiliteit van het myocard veroorzaken en de ernst van een hartdecompensatie vergroten. Voorzichtigheid wordt aanbevolen bij het instellen van een behandeling bij patiënten met een reeds behandelde gecontroleerde linkerventrikeldisfunctie (met inhibitoren van het conversie-enzym, diuretica, digitalis, ...). Een lage aanvangsdosis wordt aanbevolen, gevolgd door een voorzichtige aanpassing van de dosering. Recente episode van myocardinfarct: Bij patiënten die reeds een infarct hebben doorgemaakt en waarbij de linkerventrikelfunctie onvoldoende is, moet de verhouding risico tot voordeel van sotalol geëvalueerd worden. Een grondige opvolging en een voorzichtige aanpassing van de dosering zijn noodzakelijk voor het instellen en het opvolgen van de behandeling. De ongunstige resultaten van klinische studies met antiaritmica (ogenschijnlijke toename van de mortaliteit) wijzen erop dat sotalol vermeden moet worden bij patiënten met een linkerventrikelejectiefractie ≤ 40% zonder ernstige ventriculaire aritmie. Elektrolytenstoornissen: Sotalol mag niet gebruikt worden bij patiënten met een hypokaliëmie of een hypomagnesiëmie alvorens deze gecorrigeerd is. Deze aandoeningen kunnen inderdaad het QT-interval verlengen en de kans op torsades de pointes verhogen. Bijzondere aandacht is vereist voor patiënten met elektrolytenstoornissen als gevolg van ernstige en langdurige diarree en voor patiënten die tegelijk worden behandeld met geneesmiddelen die de kaliëmie en/of de magnesiëmie verlagen. Elektrocardiografische stoornissen: Een overmatige verlenging van het QT-interval > 550 msec kan een teken van toxiciteit zijn en moet worden vermeden. Een sinusbradycardie (pols < 50) deed zich voor met een frequentie van 13% bij patiënten met aritmie die worden behandeld met sotalol in klinische studies. De bradycardie zelf verhoogt het gevaar van het optreden van torsades de pointes. Sinusstoornissen hebben zich bij minder dan 1% van de patiënten voorgedaan. De incidentie van een atrioventriculair blok van de 2de of de 3de graad bedraagt ongeveer 1%. Prinzmetal-angina: Geneesmiddelen met bètablokkerende eigenschappen, zoals sotalol, moeten bij patiënten met Prinzmetal-angina met voorzichtigheid worden gebruikt vanwege het verhoogde risico op angina. Leverinsufficiëntie: Aangezien sotalol niet wordt blootgesteld aan het first-passeffect, verandert er voor patiënten met leverinsufficiëntie niets wat de klaring van sotalol betreft. Nierinsufficiëntie: Sotalol wordt hoofdzakelijk uitgescheiden via de nieren door glomerulaire filtratie en in mindere mate door tubulaire secretie. Er is een direct verband tussen de nierfunctie, gemeten aan de hand van de serumwaarden van creatinine of de klaring van creatinine, en de eliminatiehalfwaardetijd van sotalol en de uitscheiding ervan via de urine (zie rubriek 4.2). Psoriasis: In zeldzame gevallen is een verergering van de symptomen van psoriasis vulgaris door bètablokkers gerapporteerd. Voorzorgen bij gebruik Zoals bij de toediening van ieder werkzaam antiaritmisch middel zijn de volgende punten zeer belangrijk: een voldoende uitwasperiode in acht nemen als de patiënt een ander antiaritmisch middel neemt. geen ander antiaritmisch middel gelijktijdig toedienen. de ionenbalans grondig nazien als de patiënt diuretica neemt. het product niet toedienen wanneer het QT-interval voorafgaand verlengd is, zoals bij elk ander antiaritmisch middel dat de AV-geleiding vertraagt. Excipiënten Sotalol Sandoz bevat lactose. Patiënten met zeldzame erfelijke aandoeningen als galactose-intolerantie, algehele lactasedeficiëntie of glucose-galactose malabsorptie, dienen dit geneesmiddel niet te gebruiken. Sotalol Sandoz bevat natrium. Dit middel bevat minder dan 1 mmol natrium (23 mg) per tablet, dat wil zeggen dat het in wezen 'natriumvrij' is.
Ventriculaire tachycardie
- potentieel letale ventriculaire ritmestoornissen
- aritmie tengevolge van een toename van circulerende catecholaminen of van de gevoeligheid voor catecholaminen
Supraventriculaire hartritmestoornissen
- de behandeling en preventie van recidieven van tachycardie door intranodale re-entry
- de behandeling van tachycardie door auriculoventriculaire re-entry
- de preventie van snelle ventriculaire respons bij recidief van fibrillatie of auriculaire flutter
Welke stoffen zitten er in dit middel? - De werkzame stof in dit middel is sotalol hydrochloride. - De andere stoffen in dit middel zijn: maïszetmeel, lactosemonohydraat (zie rubriek 2), hydroxypropylcellulose, natriumzetmeelglycolaat (type A), watervrij colloïdaal siliciumdioxide en magnesiumstearaat.
Bij gelijktijdig gebruik van bèta2-mimetica (geneesmiddelen die worden gebruikt om de luchtwegen te verwijden en astma te behandelen, zoals salbutamol, terbutaline en isoprenaline) en Sotalol Sandoz kan een hogere dosering van de bèta2-mimetica noodzakelijk zijn.
Bij combinatie met hypoglycemische middelen (insuline of andere) kan het nodig zijn de bestaande behandeling aan te passen, aangezien Sotalol Sandoz de normalisatie van de glycemie kan vertragen en tegelijkertijd de symptomen ervan kan maskeren (beven, snelle hartcontracties).
De combinatie met digoxine kan hartritmestoornissen veroorzaken. De combinatie met mono-amino-oxydaseremmers (MAO-remmers) is te vermijden. De combinatie met calciumantagonisten kan hypotensie, hartinsufficiëntie en een abnormaal langzaam hartritme veroorzaken.
De combinatie met verapamil wordt formeel ontraden. De combinatie met niet-steroïdale ontstekingsremmers kan tot water- en zoutretentie leiden.
Het gelijktijdige gebruik van hypokaliëmiërende diuretica (geneesmiddelen die de uitscheiding van vocht bevorderen en het kaliumgehalte in het bloed verminderen) en Sotalol Sandoz kan leiden tot hypokaliëmie (te laag kaliumgehalte in het bloed) of hypomagnesiëmie (te laag magnesiumgehalte in het bloed), wat het risico van torsades de pointes (hartritmestoornissen met mogelijk fataal verloop) verhoogt.
De combinatie met andere geneesmiddelen zoals de fenothiazinen, tricyclische antidepressiva, terfenadine, cisapride, bepaalde antibiotica van de klasse van de quinolonen moet uiterst omzichtig gebeuren.
De aanwezigheid van sotalol in de urine kan de bepaling van metanefrine in de urine verstoren. In geval van een vermoeden of bevestigde aanwezigheid van een feochromocytoom (bijniertumor) bij patiënten die met sotalol worden behandeld, moeten urinescreeningsonderzoeken worden uitgevoerd via een speciale methode die vloeistofchromatografie onder hoge druk ("high-performance liquid chromatography") met vastefase-extractie wordt genoemd.
Zoals elk geneesmiddel kan ook dit geneesmiddel bijwerkingen hebben. Niet iedereen krijgt daarmee te maken.
De belangrijkste bijwerkingen waren ernstige hartritmestoornissen.
In klinische onderzoeken bleek bij 18% van de patiënten stopzetting van de behandeling noodzakelijk als gevolg van onaanvaardbare bijwerkingen. De vaakst voorkomende bijwerkingen die stopzetting van de behandeling met sotalol noodzakelijk maakten, waren: vermoeidheid, bradycardie (daling van het hartritme), dyspneu (kortademigheid), proaritmie (al bestaande hartritmestoornissen), asthenie (algemene lichaamszwakte) en duizeligheid.
De volgende bijwerkingen waren de bijwerkingen die werden beschouwd als verband houdend met de behandeling met sotalol en zij traden bij ten minste 1 op de 100 behandelde patiënten op:
Problemen met de doorbloeding en de lymfevaten: Bloedingen, te weinig bloedplaatjes in het bloed (trombocytopenie) (frequentie niet bekend, kan met de beschikbare gegevens niet worden bepaald), stijging van een type van witte bloedcellen (eosinofilie), daling van het aantal witte bloedcellen (leukopenie).
Stoornissen van het immuunsysteem: Leukocytoblastische vasculitis.
Endocriene stoornissen: Wijziging van de bloedlipiden.
Stoornissen van het zenuwstelsel: Vermoeidheid, kracht- en energieverlies (asthenie), duizeligheid, sufheid, hoofdpijn, slaapstoornissen, depressie, abnormale huidsensaties (paresthesie), angst, stemmingsstoornissen.
Oculaire stoornissen: Gezichtsstoornissen.
Oor- en binnenooraandoeningen: Oorproblemen.
Hartstoornissen: Abnormaal traag hartritme (bradycardie), ademhalingsmoeilijkheden (dyspneu), pijn in de borststreek, hartkloppingen, oedeem, verstoring van de elektrische activiteit van de hartspier (ECG), bloeddrukdaling (hypotensie), ritmestoornissen (proaritmie), syncope, hartdecompensatie, presyncope.
Gastro-intestinale stoornissen: Misselijkheid/braken, diarree, spijsverteringsproblemen (dyspepsie), buikpijn, ophoping van lucht in maag of darm (flatulentie).
Leverstoornissen: Hepatitis.
Problemen met de huid en de subcutane weefsels: Tijdelijke huiduitslag (rash), jeuk (pruritis), haaruitval (frequentie niet bekend, kan met de beschikbare gegevens niet worden bepaald), lichtgevoeligheid, overmatig zweten (frequentie niet bekend, kan met de beschikbare gegevens niet worden bepaald).
Problemen met skeletspieren, het bindweefsel en de beenderen: Krampen, gewrichtspijnen (artralgieën), spierpijnen (myalgieën).
Stoornissen van de geslachtsorganen en de borsten: Stoornissen van de seksuele functie.
Algemene problemen en verbonden met de toedieningsplaats: Smaakproblemen, koorts, retroperitoneale fibrose (vezeltransformatie aan de achterzijde van het membraan dat de abdomen bedekt).
De belangrijkste bijwerkingen zijn hartinsufficiëntie, verlaagd hartritme (bradycardie), auriculo-ventriculaire geleidingsstoornissen en bronchoconstrictie (bv. astma). Deze bijwerkingen kunnen vooral ernstig zijn in het begin van de behandeling. Daarna is dit risico van acuut accident, zelfs bij hogere doseringen, sterk verminderd.
Pro-aritmie in de vorm van torsade de pointe is mogelijk indien u wordt behandeld voor persisterende ventriculaire tachycardie.
Wanneer mag u dit middel niet innemen? U bent allergisch voor een van de stoffen in dit geneesmiddel. Deze stoffen kunt u vinden in rubriek 6
van deze bijsluiter. Als het aantal hartslagen (pols) minder dan 50 per minuut bedraagt. Bij astma of chronische bronchitis. Bij allergische personen, met inbegrip van personen met hooikoorts. Vóór anesthesie. Bij hypokaliëmie (daling van de kaliumspiegel in het bloed) en hypomagnesiëmie (daling van de
magnesiumspiegel in het bloed). In geval van acuut infarct. Bij ernstige perifere vaatstoornissen. Bij een hartblok (storing in de prikkelgeleiding van het hart), tenzij u een functionele pacemaker
draagt. Bij een erfelijk of verworven lang QT-syndroom (hartritmestoornis die zichtbaar is op een elektrocardiogram (ECG)). Bij ernstige nierinsufficiëntie. In geval van een metabolische acidose (te veel zuur in het organisme). Bij ernstige linkerventrikelhypertrofie. In geval van een feochromocytoom.
Zwangerschap
Sotalol mag niet tijdens de zwangerschap worden gebruikt, tenzij de klinische toestand van de vrouw behandeling met sotalol noodzakelijk maakt. Het therapeutisch voordeel van het geneesmiddel moet afgewogen worden tegen de risico's voor de moeder en het kind. Aangezien bètablokkers door de placentabarrière gaan, kunnen pasgeborenen van moeders die tegen de bevallingsdatum aan bètablokkers zoals sotalol hebben gebruikt gedurende meerdere dagen na de bevalling bradycardie, hypoglycemie en hyperbilirubinemie of hypotensie vertonen. Borstvoeding Sotalol mag niet worden gebruikt in de periode dat borstvoeding wordt gegeven. Vruchtbaarheid Er zijn geen klinische gegevens beschikbaar over de mogelijke effecten op de mannelijke en vrouwelijke vruchtbaarheid. In experimentele studies bij ratten werd geen enkele significante vermindering van de vruchtbaarheid vastgesteld bij orale doses van 1.000 mg/kg/dag (ongeveer 100 maal de aanbevolen maximale dosis voor mensen) vóór de paring, afgezien van een kleine vermindering van het aantal nakomelingen per worp.
- Gebruikelijke dosering: 160 - 320 mg /dag
- Max. 2 x 320 mg /dag
- Dosisaanpassingen zijn aangewezen bij nierinsufficiëntie
- In een of meerdere innamen volgens de indicatie
| CNK | 2318533 |
|---|---|
| Organisaties | Sandoz |
| Merken | Sandoz |
| Breedte | 50 mm |
| Lengte | 100 mm |
| Diepte | 28 mm |
| Hoeveelheid verpakking | 60 |
| Actieve ingrediënten | sotalol hydrochloride |
| Behoud | Kamertemperatuur (15°C - 25°C) |