Klant login
Log in
Registreer
Het aanmaken van een account heeft vele voordelen:
- Bekijk bestelling en verzendstatus
- Bekijk bestelgeschiedenis
- Reken sneller af
Winkelwagen
Subtotaal winkelwagen
U heeft geen product(en) in uw winkelwagen.
Talen
Lisinopril Sandoz 20mg Tabl 56 X 20mg
Terugbetaalbaar
Als je recht hebt op een terugbetaling voor dit geneesmiddel, betaal je in de apotheek een verlaagde prijs en niet de prijs die op onze webshop vermeld staat.
Terugbetalingstarief
€ 3,38 (6% inclusief btw)
Verhoogde tegemoetkoming
€ 2,02 (6% inclusief btw)
Dit product moet worden goedgekeurd door de apotheker.
Belangrijke informatie
Voor dit geneesmiddel is een voorschrift nodig. Na beoordeling door de apotheker kan je het komen afhalen en betalen in de apotheek.
Maximum toegelaten hoeveelheid in winkelwagen bereikt
Op bestelling
4.4 Bijzondere waarschuwingen en voorzorgen bij gebruik Symptomatische hypotensie Symptomatische hypotensie wordt zelden gezien bij patiënten met een ongecompliceerde hypertensie. Bij patiënten met hypertensie die lisinopril krijgen, is de kans op hypotensie groter als de patiënt in volumedepletie is, bv. door behandeling met diuretica, zoutarm dieet, dialyse, diarree of braken of een ernstige renine dependente hypertensie heeft (zie rubriek 4.5 en rubriek 4.8). Bij patiënten met hartfalen met of zonder begeleidende nierinsufficiëntie is symptomatische hypotensie waargenomen. Die kans is groter bij patiënten met ernstig hartfalen zoals blijkt uit het gebruik van hoge doseringen van lisdiuretica, hyponatriëmie of functionele nierinsufficiëntie. Bij patiënten met een verhoogd risico op symptomatische hypotensie moeten de start van de behandeling en de aanpassing van de dosering zorgvuldig worden gevolgd. Soortgelijke overwegingen gelden voor patiënten met ischemisch hartlijden of cerebrovasculair lijden, bij wie een te sterke daling van de bloeddruk kan resulteren in een myocardinfarct of een cerebrovasculair accident. Als er hypotensie optreedt, moet de patiënt in rugligging worden gelegd en indien nodig een intraveneus infuus met natriumchlorideoplossing 9 mg/ml (0,9%) krijgen. Een voorbijgaande hypotensie is geen contra-indicatie voor verdere toediening; gewoonlijk kunnen verdere doses zonder problemen worden gegeven zodra de bloeddruk weer gestegen is na volume-expansie.
Bij sommige patiënten met hartfalen die een normale of lage bloeddruk hebben, kan de systemische bloeddruk verder dalen met lisinopril. Dat effect is te verwachten en is gewoonlijk geen reden om de behandeling stop te zetten. Als de hypotensie symptomatisch wordt, kan een verlaging van de dosering of stopzetting van lisinopril noodzakelijk zijn. Hypotensie bij acuut myocardinfarct Een behandeling met lisinopril mag niet worden gestart bij patiënten met een acuut myocardinfarct die het risico lopen van verdere ernstige hemodynamische verslechtering na toediening van een vasodilatator. Dat zijn patiënten met een systolische bloeddruk van 100 mmHg of lager en patiënten in cardiogene shock. Tijdens de eerste 3 dagen na het infarct moet de dosering worden verlaagd als de systolische bloeddruk 120 mmHg of lager is. De onderhoudsdosering moet worden verlaagd tot 5 mg of tijdelijk tot 2,5 mg als de systolische bloeddruk 100 mmHg of lager is. Als de hypotensie persisteert (systolische bloeddruk lager dan 90 mmHg gedurende meer dan 1 uur), moet lisinopril worden stopgezet. Aorta- en mitraalklepstenose/hypertrofische cardiomyopathie Zoals met andere ACE-remmers is voorzichtigheid geboden bij toediening van lisinopril aan patiënten met een mitraalklepstenose en obstructie van de outflow van het linkerventrikel zoals aortastenose of hypertrofische cardiomyopathie. Verminderde nierfunctie Bij nierinsufficiëntie (creatinineklaring < 80 ml/min) moet de initiële dosering van lisinopril worden aangepast op basis van de creatinineklaring van de patiënt (zie Tabel 1 in rubriek 4.2) en daarna aan de respons van de patiënt op de behandeling. Routinecontrole van het kalium en creatinine maakt deel uit van de normale medische praktijk bij die patiënten. Bij patiënten met hartfalen kan het optreden van hypotensie na het starten van een behandeling met ACE-remmers de nierfunctie nog verder doen achteruitgaan. In die situatie werd een acute (gewoonlijk reversibele) nierinsufficiëntie gemeld. Bij sommige patiënten met een bilaterale nierarteriestenose of een stenose van de slagader van een solitaire nier die werden behandeld met ACE-remmers, werd een stijging van het bloedureum en het serumcreatinine waargenomen; de stijging was gewoonlijk reversibel na stopzetting van de behandeling. Dat is vooral waarschijnlijk bij patiënten met nierinsufficiëntie. Als er tevens renovasculaire hypertensie is, is er een verhoogd risico op ernstige hypotensie en nierinsufficiëntie. Bij die patiënten moet de behandeling worden gestart onder nauw medisch toezicht met lage doseringen en zorgvuldige titratie van de dosering. Aangezien een behandeling met diuretica daartoe kan bijdragen, moeten de diuretica worden stopgezet en moet de nierfunctie worden gecontroleerd tijdens de eerste weken van behandeling met lisinopril. Sommige patiënten met hypertensie zonder duidelijk vooraf bestaand renovasculair lijden hebben een (gewoonlijk lichte en voorbijgaande) stijging van het bloedureum en serumcreatinine ontwikkeld, vooral als lisinopril werd toegediend tegelijk met een diureticum. Die kans is groter bij patiënten met een vooraf bestaande nierinsufficiëntie. Het kan nodig zijn de dosering te verlagen en/of het diureticum en/of lisinopril stop te zetten. Bij een acuut myocardinfarct mag geen behandeling met lisinopril worden gestart bij patiënten met nierlijden, gedefinieerd als een serumcreatinineconcentratie hoger dan 177 micromol/l en/of proteïnurie van meer dan 500 mg/24 uur. Als er nierinsufficiëntie optreedt tijdens de behandeling met lisinopril (serumcreatinineconcentratie hoger dan 265 micromol/l of een verdubbeling in vergelijking met de waarde voor behandeling), moet de arts overwegen om lisinopril stop te zetten. Overgevoeligheid/angio-oedeem Angio-oedeem van het gezicht, de extremiteiten, de lippen, de tong, de glottis en/of de larynx is zelden gerapporteerd bij patiënten die werden behandeld met remmers van het angiotensineconverterende enzym waaronder lisinopril. Dat kan om het even wanneer tijdens de behandeling optreden. In dergelijke gevallen moet lisinopril meteen worden stopgezet en moeten een geschikte behandeling en regelmatige controle worden gestart tot de symptomen volledig verdwenen zijn, voordat de patiënt wordt ontslagen. Zelfs als enkel de tong gezwollen is zonder respiratoire distress, kan een lange observatie vereist zijn omdat een behandeling met antihistaminica en corticosteroïden soms niet volstaat. Zeer zelden zijn fatale gevallen gemeld als gevolg van angio-oedeem met oedeem van de larynx of de tong. Patiënten met aantasting van de tong, de glottis of de larynx ontwikkelen gemakkelijk een obstructie van de luchtwegen, vooral patiënten met een voorgeschiedenis van chirurgie van de luchtwegen. In dergelijke gevallen moet meteen een spoedbehandeling worden gegeven. Die kan bestaan uit toediening van adrenaline en/of openhouden van de luchtwegen. De patiënt moet onder streng medisch toezicht worden geplaatst tot de symptomen volledig en blijvend verdwenen zijn. Remmers van het angiotensineconverterende enzym veroorzaken vaker angio-oedeem bij zwarte patiënten dan bij niet-zwarte patiënten. Patiënten met een voorgeschiedenis van angio-oedeem dat niet te wijten was aan een behandeling met ACE-remmers, kunnen een hoger risico van angio-oedeem lopen bij toediening van een ACE-remmer (zie rubriek 4.3). Gelijktijdig gebruik van ACE-remmers met sacubitril/valsartan is gecontra-indiceerd vanwege een verhoogd risico op angio-oedeem. Behandeling met sacubitril/valsartan mag niet eerder dan 36 uur na de laatste dosis Lisinopril Sandoz worden gestart. Behandeling met Lisinopril Sandoz mag niet eerder dan 36 uur na de laatste dosis sacubitril/valsartan worden gestart (zie rubriek 4.3 en 4.5). Gelijktijdig gebruik van ACE-remmers met racecadotril, mTOR-remmers (bijv. sirolimus, everolimus, temsirolimus) en vildagliptine kan een verhoogd risico geven op angio-oedeem (bijv. zwelling van de luchtwegen of de tong, met of zonder ademhalingsproblemen) (zie rubriek 4.5). Voorzichtigheid is geboden bij het starten van een behandeling met racecadotril, mTOR-remmers (bijv. sirolimus, everolimus, temsirolimus) of vildagliptine bij een patiënt die een ACE-remmer gebruikt. Anafylactoïde reacties bij hemodialysepatiënten Anafylactoïde reacties werden gemeld bij patiënten die werden gedialyseerd met high-fluxmembranen (bv. AN 69) en tevens een ACE-remmer kregen. Bij die patiënten moet worden overwogen om een ander type dialysemembraan of een andere klasse van antihypertensiva te gebruiken. Anafylactoïde reacties tijdens LDL-aferese (LDL = low density lipoproteïnen) Zelden hebben patiënten die ACE-remmers kregen tijdens low density lipoproteïne-aferese (LDL�aferese) met dextraansulfaat, levensbedreigende anafylactoïde reacties vertoond. Die reacties konden worden voorkomen door de behandeling met de ACE-remmer tijdelijk te onderbreken voor elke aferese. Desensibilisatie Patiënten die ACE-remmers kregen tijdens een desensibilisatiekuur (bv. gif van Hymenopterae), hebben anafylactoïde reacties vertoond. Bij die patiënten konden de reacties worden voorkomen als de ACE-remmer tijdelijk werd stopgezet, maar ze deden zich opnieuw voor als het geneesmiddel onopzettelijk opnieuw werd toegediend. Leverfalen Zeer zelden zijn ACE-remmers in verband gebracht met een syndroom dat begint met cholestatische icterus en dat evolueert naar fulminante necrose en (soms) de dood. Het mechanisme van dat syndroom is niet duidelijk. Patiënten die lisinopril krijgen en geel worden of een sterke stijging van de leverenzymen ontwikkelen, moeten lisinopril stopzetten en een gepaste medische follow-up krijgen.
Neutropenie/agranulocytose Neutropenie/ agranulocytose, trombopenie en anemie zijn gemeld bij patiënten die ACE-remmers kregen. Bij patiënten met een normale nierfunctie en zonder complicerende factoren treedt neutropenie zelden op. De neutropenie en de agranulocytose zijn reversibel na stopzetting van de ACE-remmer. De hoogste voorzichtigheid is geboden bij gebruik van lisinopril bij patiënten met een collageenvaatziekte of patiënten die worden behandeld met immunosuppressiva, allopurinol of procaïnamide of patiënten met een combinatie van die complicerende factoren, vooral als de nierfunctie al verminderd is. Sommige van die patiënten hebben ernstige infecties ontwikkeld, die in enkele gevallen niet hebben gereageerd op een intensieve behandeling met antibiotica. Als lisinopril bij dergelijke patiënten wordt gebruikt, is het raadzaam het aantal witte bloedcellen periodiek te monitoren en moeten de patiënten de raad krijgen tekenen van infectie te melden. Dubbele blokkade van het renine-angiotensine-aldosteronsysteem (RAAS) Er zijn aanwijzingen dat het gelijktijdig gebruik van ACE-remmers, angiotensine-II-receptorblokkers of aliskiren het risico verhogen op hypotensie, hyperkaliëmie en een verminderde nierfunctie (waaronder ook acuut nierfalen). Dubbele blokkade van het RAAS door middel van gelijktijdig gebruik van ACE�remmers, angiotensine-II-receptorblokkers of aliskiren wordt daarom niet aanbevolen (zie rubrieken 4.5 en 5.1). Als een dubbele blokkade absoluut noodzakelijk is, dient dit enkel te gebeuren onder toezicht van een specialist en dienen de nierfunctie, de elektrolytenniveaus en de bloeddruk nauwgezet en frequent in de gaten gehouden te worden. ACE-remmers en angiotensine-II-receptorblokkers mogen niet gelijktijdig gebruikt worden bij patiënten met diabetische nefropathie. Ras Remmers van het angiotensineconverterende enzym veroorzaken vaker angio-oedeem bij zwarte patiënten dan bij niet-zwarte patiënten. Zoals met andere ACE-remmers kan het zijn dat lisinopril de bloeddruk minder goed verlaagt bij zwarte patiënten dan bij niet-zwarten, mogelijk doordat zwarten met hypertensie vaker een laag reninegehalte hebben. Hoesten Hoest werd gemeld bij gebruik van ACE-remmers. Het betreft typisch een niet-productieve, persisterende hoest, die geneest na stopzetting van de behandeling. Bij de differentiële diagnose van hoest moet worden gedacht aan de mogelijkheid van door ACE-remmers veroorzaakte hoest. Chirurgie/anesthesie Bij patiënten die een zware operatie moeten ondergaan, of tijdens anesthesie met producten die hypotensie veroorzaken, kan lisinopril de vorming van angiotensine-II secundair aan een compensatoire afgifte van renine blokkeren. Als er hypotensie optreedt en als die wordt toegeschreven aan dat mechanisme, kan ze worden gecorrigeerd door volume-expansie. Hyperkaliëmie ACE-remmers kunnen hyperkaliëmie veroorzaken door onderdrukking van de vrijgifte van aldosteron. Bij patiënten met een normale nierfunctie is het effect doorgaans niet significant. Hyperkaliëmie kan echter voorkomen bij patiënten met nierinsufficiëntie, diabetes mellitus en/of bij patiënten die kaliumsupplementen (waaronder zoutvervangers), kaliumsparende diuretica (bv. spironolacton, triamtereen of amiloride), of andere geneesmiddelen innemen die het serumkalium kunnen verhogen (bv. heparine, trimethoprim of co-trimoxazol, ook bekend als trimethoprim/sulfamethoxazol of, in het bijzonder, aldosteronantagonisten of angiotensinereceptorblokkers) gebruiken. Als concomitant gebruik van de bovenvermelde stoffen gepast wordt geacht, wordt een regelmatige controle van het serumkalium aanbevolen. Kaliumsparende diuretica en angiotensinereceptorblokkers dienen met voorzichtigheid toegepast te worden bij patiënten die ACE-remmers gebruiken, waarbij de serumkaliumspiegels en de nierfunctie gemonitord moeten worden (zie rubriek 4.5).
Diabetespatiënten Bij diabetespatiënten die worden behandeld met orale antidiabetica of insuline, moet de glykemie de eerste maanden van behandeling met een ACE-remmer zorgvuldig worden gevolgd (zie rubriek 4.5). Lithium De combinatie van lithium en lisinopril wordt doorgaans niet aanbevolen (zie rubriek 4.5). Zwangerschap ACE-remmers mogen niet worden gestart tijdens de zwangerschap. Tenzij een verdere behandeling met ACE-remmers essentieel wordt geacht, moeten patiënten die een zwangerschap plannen, worden overgeschakeld op andere antihypertensiva waarvan het veiligheidsprofiel bij gebruik in de zwangerschap bewezen is. Als een zwangerschap wordt vastgesteld, moet de behandeling met ACE�remmers onmiddellijk worden stopgezet en moet indien nodig een alternatieve behandeling worden gestart (zie rubrieken 4.3 en 4.6). Natrium Dit middel bevat minder dan 1 mmol natrium (23 mg) per tablet, dat wil zeggen dat het in wezen 'natriumvrij' is.
- Hypertensi
- Symptomatisch hartfalen
- Acuut myocardinfarct bij hemodynamisch stabiele patiënten binnen 24 uur na een acuut myocardinfarct, als een kortdurende behandeling (6 weken)
- Renale complicaties bij hypertensieve patiënten met type 2 diabetes mellitus en beginnende nefropathie
Welke stoffen zitten er in dit middel?
De werkzame stof in dit middel is lisinopril.
Elke tablet bevat 5 mg lisinopril (als lisinoprildihydraat).
Elke tablet bevat 20 mg lisinopril (als lisinoprildihydraat).
De andere stoffen in dit middel zijn calciumwaterstoffosfaatdihydraat, mannitol (E 421), maiszetmeel, natriumcroscarmellose, magnesiumstearaat en rood ijzeroxide (E 172).
Neemt u nog andere geneesmiddelen in? Neemt u naast Lisinopril Sandoz nog andere geneesmiddelen in, heeft u dat kort geleden gedaan of bestaat de mogelijkheid dat u in de nabije toekomst andere geneesmiddelen gaat innemen? Vertel dat dan uw arts of apotheker. Lisinopril Sandoz kan namelijk de werking van sommige geneesmiddelen beïnvloeden en sommige geneesmiddelen kunnen invloed hebben op Lisinopril Sandoz. Misschien moet uw arts uw dosis aanpassen en/of andere voorzorgsmaatregelen nemen. Dat geldt vooral voor:
Diuretica (waterafdrijvende middelen), die worden gebruikt om een hoge bloeddruk te behandelen
Andere geneesmiddelen om een verhoogde bloeddruk te behandelen.
Uw arts moet misschien uw dosis wijzigen en/of andere voorzorgen nemen: als u een angiotensine II-receptorblokker (ARB) of aliskiren neemt (zie ook de informatie onder de titel 'Wanneer mag u dit middel niet gebruiken?' en 'Wanneer moet u extra voorzichtig zijn met dit middel?').
Geneesmiddelen die de ontsteking verminderen en pijn of artritis behandelen, zoals acetylsalicylzuur (als u meer dan 3 gram per dag inneemt), ibuprofen, indomethacine of selectieve cyclo-oxygenase-2-remmers (COX-2-remmers)
Geneesmiddelen die worden gebruikt voor geestesstoornissen of depressie zoals - lithium - geneesmiddelen om een psychose te behandelen - tricyclische antidepressiva zoals amitriptyline
Kaliumsupplementen (inclusief zoutvervangers), kaliumsparende plasmiddelen (zoals spironolacton, triamtereen of amiloride) en andere geneesmiddelen die de hoeveelheid kalium in uw bloed kunnen verhogen (bijvoorbeeld trimethoprim en co-trimoxazol, ook bekend als trimethoprim/sulfamethoxazol, voor infecties veroorzaakt door bacteriën; ciclosporine, een geneesmiddel dat het immuunsysteem onderdrukt dat gebruikt wordt om afstoting van een orgaantransplantaat te voorkomen; en heparine, een geneesmiddel dat gebruikt wordt om het bloed te verdunnen om het vormen van bloedstolsels te voorkomen).
Geneesmiddelen die meestal worden gebruikt om afstoting van getransplanteerde organen te voorkomen (temsirolimus, sirolimus, everolimus en andere geneesmiddelen die behoren tot de klasse van mTOR-remmers). Zie de rubriek "Wanneer moet u extra voorzichtig zijn met dit middel?"
- Mogelijke bijwerkingen
Zoals elk geneesmiddel kan ook dit geneesmiddel bijwerkingen hebben, al krijgt niet iedereen daarmee te maken.
Stop met het gebruik van Lisinopril Sandoz en vraag onmiddellijk medisch advies indien u een van de volgende reacties ontwikkelt:
Ernstige allergische reacties (zelden, kunnen optreden bij tot 1 op de 1.000 mensen). De verschijnselen kunnen bestaan uit het plotseling optreden van:
-
zwelling van het gezicht, de lippen, tong en/of keel
-
problemen met ademhalen en slikken, duizeligheid
-
ernstige of plotse zwelling van de handen, voeten en enkels
-
ernstig jeukende huid (met bulten).
Ernstige huidaandoeningen, met inbegrip van het Stevens-Johnson-syndroom en pemfigus (de symptomen hiervan zijn een plotselinge, onverwachte uitslag of brandend gevoel, rode huid, blaren op de lippen, ogen of mond, geslachtsorganen, schilferende huid, koorts) en ophoping van rijpe of abnormaal uitziende lymfocyten in de huid (cutaan pseudolymfoom) (zeer zelden, kunnen optreden bij tot 1 op de 10.000 mensen).
Remming van de aanmaak van bloed in het beenmerg, wat tot zwakte of blauwe plekken kan leiden of waardoor de kans op infecties groter wordt. Andere verschijnselen kunnen zijn: plotselinge keelpijn, koorts, vermoeidheid, bleekheid, mondzweertjes (zeer zelden, kunnen optreden bij tot 1 op de 10.000 mensen).
Een infectie met verschijnselen zoals koorts en forse achteruitgang van uw algemene conditie, of koorts met tekenen van een lokale infectie, zoals pijn in de keel/mond, afwijkingen van de lymfeklieren of urineproblemen (zeer zelden, kunnen optreden bij tot 1 op de10.000 mensen).
Ontsteking van de lever (hepatitis) of leverfalen. Dit kan leiden tot eetlustverlies, gele verkleuring van de huid en ogen, koorts, rillingen, vermoeidheid, buikpijn, misselijkheid, en donker gekleurde urine (zeer zelden, kunnen optreden tot bij 1 op de 10.000 mensen).
Ontsteking van de alvleesklier. Dit veroorzaakt matige tot ernstige pijn in de maag (zeer zelden, kunnen optreden bij tot 1 op de 10.000 mensen).
Mogelijke hartaanval (druk of pijn op de borst) of beroerte (krachteloze of verlamde ledematen of gezicht, problemen met praten) bij patiënten met een hoog risico (met hartaandoeningen veroorzaakt door vernauwing of verstopping van de bloedvaten die de hartspier van bloed voorzien of met aandoeningen van de bloedvaten die de hersenen van bloed voorzien), verhoogde hartslag en snelle en onregelmatige hartslag (hartkloppingen) (soms, kunnen optreden bij tot 1 op de 100 mensen).
Wanneer mag u dit middel niet gebruiken?
als u allergisch bent voor lisinopril of voor één van de stoffen in dit geneesmiddel (deze stoffen kunt u vinden in rubriek 6) of als u allergisch bent voor andere ACE-remmers.
als u bij een vroegere behandeling met ACE-remmers een zwelling van het gelaat, de lippen, de tong en/of de keel heeft vertoond met slik- of ademhalingsmoeilijkheden of met gewrichtsklachten.
Neem Lisinopril Sandoz niet in als u een van deze reacties hebt vertoond
-
zonder bekende oorzaak of
-
als is aangetoond dat u een erfelijke of
-
andere vorm van vochtophoping (angio-oedeem) heeft.
als u sacubitril/valsartan, een geneesmiddel dat wordt gebruikt voor de behandeling van een type langdurig (chronisch) hartfalen bij volwassenen, gebruikt of heeft gebruikt, omdat het risico op angio-oedeem (een snelle onderhuidse zwelling, op een plek zoals de keel) dan verhoogd is.
als u suikerziekte of een verminderde nierfunctie heeft en u wordt behandeld met een bloeddrukverlagend geneesmiddel dat aliskiren bevat.
als u meer dan 3 maanden zwanger bent. (Het is ook beter om Lisinopril Sandoz te vermijden vroeg in de zwangerschap – zie rubriek Zwangerschap.)
Zwangerschap Het gebruik van ACE-remmers wordt niet aanbevolen tijdens het eerste trimester van de zwangerschap (zie rubriek 4.4). Het gebruik van ACE-remmers is gecontra-indiceerd tijdens het tweede en het derde trimester van de zwangerschap (zie rubrieken 4.3 en 4.4). De epidemiologische bewijzen betreffende het risico op teratogeniciteit na blootstelling aan ACE�remmers tijdens het eerste trimester van de zwangerschap zijn niet overtuigend. Een kleine toename van het risico kan evenwel niet worden uitgesloten. Tenzij verdere behandeling met ACE-remmers essentieel wordt geacht, moeten patiënten die een zwangerschap plannen, overschakelen op een andere bloeddrukverlagende behandeling waarvan de veiligheid bij gebruik tijdens de zwangerschap bewezen is. Als een zwangerschap wordt vastgesteld, moet de behandeling met ACE-remmers onmiddellijk worden stopgezet en eventueel moet een andere behandeling worden gestart. Blootstelling aan een behandeling met ACE-remmers tijdens het tweede en het derde trimester veroorzaakt humane foetotoxiciteit (verminderde nierfunctie, oligohydramnion, tragere ossificatie van de schedel) en neonatale toxiciteit (nierinsufficiëntie, hypotensie, hyperkaliëmie) (Zie rubriek 5.3). In geval van blootstelling aan ACE-remmers tijdens het tweede trimester van de zwangerschap, wordt een echografische controle van de nierfunctie en de schedel aanbevolen. Zuigelingen van moeders die ACE-remmers hebben ingenomen, moeten strikt worden gecontroleerd op hypotensie (zie rubrieken 4.3 en 4.4). Borstvoeding Omdat er geen informatie is over het gebruik van lisinopril tijdens de periode van borstvoeding, wordt Lisinopril Sandoz niet aanbevolen en genieten alternatieve behandelingen met een beter bewezen veiligheidsprofiel tijdens de periode van borstvoeding de voorkeur, vooral als borstvoeding wordt gegeven aan een pasgeborene of een premature zuigeling.
Hypertensie - Startdosis: 2,5 - 10 mg /dag - Onderhoudsdosering: gewoonlijk 20 mg /dag - Max. dosis: 80 mg /dag Symptomatisch hartfalen - Startdosis: 2,5 mg /dag, onder medisch toezicht - Vervolgens, dosisverhogingen van max. 10 mg, met intervallen van min. 2 weken - Max. dosis: 35 mg /dag Acuut myocardinfarct - Systolische bloeddruk > 100 mm Hg: 5 mg, gevolgd door 5 mg na 24 uur, 10 mg na 48 uur en dan 10 mg 1 x /dag - Systolische bloeddruk < 120 mm Hg: starten met 2,5 mg - Systolische bloeddruk > 100 mm Hg: 10 mg /dag - Systolische bloeddruk <= 100 mm Hg: 2,5 - 5 mg /dag - Aanhoudende hypotensie: stoppen Renale complicaties bij diabetes - Gewoonlijke dosis: 10 mg /dag - Max. dosis: 20 mg /dag Toedieningswijze - 1 x /dag op ongeveer hetzelfde tijdstip - Met of zonder voedsel
| CNK | 1645217 |
|---|---|
| Organisaties | Sandoz |
| Merken | Sandoz |
| Breedte | 48 mm |
| Lengte | 116 mm |
| Diepte | 30 mm |
| Hoeveelheid verpakking | 56 |
| Actieve ingrediënten | lisinopril |
| Behoud | Kamertemperatuur (15°C - 25°C) |